Uit sportweek nr 31 - 31 juli 2007

‘Ineens, boef, stort alles in’

Hij reed met zijn ploeg voor het geel, zag zijn kopman vier dagen voor Parijs uit de ploeg gezet worden en zat in de rit van vrijdag in een vluchtgroep. Dat alles in de laatste Tour de France van Michael Boogerd.

Door Manon Colson

Het gekkenhuis bij de laatste Tour van Michael Boogerd

Deze Tour was gewoon een slechte film.
“Ja! Op een gegeven moment denk je: dit kán gewoon niet waar zijn! Dit is echt… Dit is een geintje, dit gebeurt gewoon niet. Woensdagavond hoorden we paniek in de gangen. ‘Kamer tien, kamer tien.’ Daarna was het weer een uur heel rustig… Speculeer je onderling: Rasmussen moet er uit! Nee, dat kan niet waar zijn, nee, we horen niets meer, dat is goed. Lag ik op de massagetafel. En ineens, om kwart over tien: ‘Jongens allemaal naar de bus.’ Nou, dan weet je het wel. En dan denk je nogmaals: dit kán niet waar zijn.”

Je zou in tranen zijn uitgebarsten.
“Ik ben even later huilend weggelopen uit de eetzaal. Niet omdat ik boos was, maar omdat ik overstuur raakte. Kijk, de beslissing om Rasmussen uit de ploeg te zetten was genomen, we hadden nog geen hap gegeten, het was inmiddels kwart over elf ‘s avonds, ik ging net zitten met een bordje pasta, stierf van de honger. Komt Theo de Rooij naar me toe en zegt hij: ‘Boogie, weet je al wat je doet morgen? Want dan kan ik dat bericht doorgeven aan de pers.’ Nou, toen ging ik uit mijn stekker. Een minuut later staat Jacob Bergsma (persvoorlichter) achter me met dezelfde vraag. Hij wist niet dat Theo dat ook al had gevraagd. Toen ontplofte er iets bij mij.
“Heb ik geroepen: ‘Als het zo gaat, hoeft het voor mij niet! Dan gooi ik meteen mijn contract weg. Is het over en sluiten.’ Het werd me echt te veel. En toen ben ik opgestaan en huilend weggelopen. Ik trok het gewoon niet. Ik zeg niet dat ze het verkeerd bedoelden, maar op mij kwam het op dat moment gewoon verkeerd over. Want wat deed het er nu toe? De gele truidrager was net naar huis gestuurd. Moeten renners op dát moment, per se dán, binnen een halve minuut beslissen of ze gaan rijden of niet? We hadden nog niemand gesproken. Michael niet, Theo niet persoonlijk. We kwamen uit de bus na de mededeling, zaten aan tafel en moesten beslissen. Dat kan je niet van een mens vragen.”

Het moet een van de moeilijkste avonden  uit jouw carrière zijn geweest.
“Toen ik zei dat ik meteen zou stoppen met fietsen, voelde ik dat echt zo. Ik had gewoon geen zin meer. Ik wist niet hoe ik in de Ronde van Nederland moest starten, met welk gevoel. Zoveel ellende. En het was al bijna twee weken bezig, hè. We moesten altijd maar koel blijven, want we hadden die gele trui te verdedigen. In alle hectiek. Ik liep die avond helemaal leeg. Het wielrennen hoefde voor mij niet meer, ik had er absoluut geen plezier meer in.
“En dat terwijl ik al mijn plezier terug gevonden had. Alles waar je het voor doet. Het goede gevoel was volledig terug. Ik kon me er mentaal voor afsluiten dat ik niet voor een rit ging, stelde alles in dienst van die gele trui, met een ploeg die zó aan elkaar hing. Dat heb ik zelden meegemaakt, dat Rabobank zo hecht was. Iedereen ging voor elkaar door het vuur. Bram de Groot, Grischa Niermann, Pieter Weening, Juan-Antonio Flecha, ze stegen allemaal boven zichzelf uit. Dat gaf Thomas Dekker en mij vleugels in de zwaardere ritten. Het plezier was me toen even afgenomen. Daarom dacht ik: ik doe geen trap meer, ik ga een maand op vakantie.
“We waren er honderd procent van overtuigd dat we niet meer zouden starten de volgende dag. Lagen we om vier uur in bed, met zó’n ei. En om half acht werd er op de deur geklopt, stonden Erik en Erik aan ons bed. Ze waren bij ons als eersten. Gingen ze behoorlijk op mijn gevoel inspelen. En ja, ik ben volgens mij een vrij sociaal type. Ze zeiden dat ze mij als leider wilden, wilden me aansporen om toch te starten. Ik voelde meteen een verschrikkelijke verantwoordelijkheid. “Maar Thomas, die naast me op de kamer lag, kreeg zijn ogen bijna niet open, hij had het helemaal gehad. Die zei: ‘Dit kan toch niet? We kunnen niet fietsen in deze situatie.’ Ik deed het liever ook niet, maar ja, toen kwam het personeel, zeiden ze: ‘Doe het voor ons.’ Was ik snel overgehaald.”

Alsof het niks was om toch op te stappen die donderdagochtend.
“Pfff…Het was heftig. Ik was zo blauw als een tientje die woensdagavond, voelde me donderdagochtend dus ook nog eens een partij brak… Ik had er om vier uur nog een slaappil in gegooid, en om half acht werd ik wakker gemaakt. Zo’n ding is dan nog niet helemaal uitgewerkt. Ik kon niet eens helder denken. Je kunt niet eten, want je voelt je slecht. Je weet zelf hoe je je voelt als je een avondje hebt doorgehaald. We zijn natuurlijk niet op stap geweest ofzo, maar je hebt wel al drie weken Tour achter de rug. Elk biertje in de hotelbar hakt er in als een gek. Nou ja, we zijn gestart, zijn de dag doorgekomen en vanochtend voelden we ons allemaal weer wat beter. Niet goed, want je blijft een heel raar gevoel houden. Dat had ik vrijdag ook na de rit. Je kunt niet eens blij zijn met die vierde plaats.”
 
Echt niet?
“Nee. Ik was natuurlijk ook teleurgesteld dat ik niet won, ik had echt de benen om te winnen. Superbenen. Het leek wel of ik in de boter trapte. Maar het blijft je achtervolgen. En dat zal nog wel een tijdje duren, denk ik.”

Welk gevoel blijft je achtervolgen?
“Dat het zo mooi had kunnen zijn. Bij alles wat je ziet, denk je dat. Ik zag donderdag Alberto Contador in de gele trui, ik zag Discovery Channel controleren. Het werk dat wíj deden al die dagen. We hebben tijdens de Tour ook nooit van iemand steun gehad, we hebben het allemaal zelf gedaan. Dat was echt iets om trots op te zijn. In de Alpen zei Bram nog: ‘Dit ga ik niet volhouden joh, als die gekke Deen in die trui blijft…’ En toch konden we het elke dag. Als de een wat slechter was, nam de ander zijn taak over. Menchov, Thomas en ik konden zelfs met z’n drieën de koninginnenrit controleren, naar de Aubisque. Thomas deed daar iets, dat heb ik nog nooit gezien!”

Is dat de magie van de gele trui?
“Absoluut. Ik heb twaalf keer de Tour gereden en ik vroeg me altijd af hoe die ploegen van de gele trui zo konden controleren. Renners die zó hard reden, ik vond het echt niet normaal. En nu maakten we dat zelf mee. Dat was erg gaaf. Het gaf ook een stoer gevoel. Zoals ik de Peyresourde heel de klim op kop reed en dan toch nog eraan bleef hangen. Normaal had ik me gewoon laten lossen, maar nu deed ik even een trapje extra om bij dat groepje te blijven, om een soort van onoverwinnelijk gevoel te creëren.”

En dat gevoel is je ook afgenomen. Of hoe voel je dat?
“Afgenomen, afgenomen? Het is weg. Het is ineens van alles naar niks. Ik ben er zelf niet zo mee bezig, maar er zijn jongens bij ons in de ploeg die na elke rit met het geel zeiden: ka-tching! Weer vijfentwintig ruggies er bij! Want we kregen per dag een premie van 25.000 euri. Sommigen zaten al te rekenen: als hij dit houdt tot Parijs, dan hebben we… Dat is grappig, leuk. En dan ineens, boef, stort alles als een kaartenhuis in. Dat is pijnlijk.”
Maar niemand van jullie is boos geworden de afgelopen dagen?
“Je kunt niet boos worden in zo’n situatie.”

Nee? Het lijkt me toch behoorlijk onrechtvaardig.
“Tuurlijk. Er is je ook onrecht aangedaan. Maar je moet het vergelijken met een film waar je naar zit te kijken. Waarin ze een situatie zo kunnen nabootsen dat je er naar zit te kijken en je echt zit te verbijten. Zo ga je er in op. Maar dat is een ander gevoel als boos zijn op iemand of op een situatie. Een ieder zou zeggen: ‘Het wordt ze afgenomen, ze moeten óf op Theo óf op Rasmussen heel boos zijn.’ Maar dat is juist het gekke, dat voelen we niet.
“Dan kun je zien wat de Tour met je kop doet, dat het gewoon niet normaal is. En echt, dit zeg ik niet omdat ze tegen ons gezegd hebben dat we ons stil moeten houden. Helemaal niet. Persoonlijk, en ik denk dat ik voor alle jongens spreek, kan ik gewoon niet boos worden. Ik heb zelfs iemand horen roepen, ik zal zijn naam niet noemen, ‘al had hij heel de wereld bij elkaar gelogen, ik kan niet boos zijn op die jongen!’. Zo gek is die Tour. Maar dat wist ik al...”

Want als jij boos bent op iemand, dan zeg je dat gewoon, toch?
“Ja! Maar er zat wel heel veel woede in me. Dat merkte ik toen ik die kerel aanviel bij de start in Pau.”

Schrok je van jezelf?
“Nee, eigenlijk niet. Ik voelde dat het er in zat. Het was niet zo dat ik er eentje aan het uitzoeken was om eens even om me heen te slaan. Die kerel had het echt op mij gemunt. Hij was volledig met mij bezig, was zo hard boe aan het roepen. Ik dacht: man, je kent mij niet, het is zo oneerlijk. Je weet niet wie ik ben, maar omdat ik een Raboshirt aan heb, ga je helemaal door het geluid tegen mij.
“Hij maakte deel uit van een groep, ze waren iedereen van ons die op het podium kwam om te tekenen aan het uitjouwen. Bij mij was het nog veel erger, kwamen er allerlei gebaren bij, middelvingertjes, weet ik het wat. Ik kreeg de welbekende waas voor mijn ogen, had niet eens in de gaten dat er bij wijze van spreken drieduizend journalisten om me heen stonden. Dat doet de Tour allemaal met je.”

Juist je laatste, waarin je ook nog eens goed reed.
“Iedereen zei: ‘Je bent een held in Nederland, dat gevoel moet je niet kwijt raken door het naar huis sturen van Rasmussen.’ Bla bla bla. Maar dat gevoel bén ik kwijt. Dat zeg ik eerlijk. Ik voel me geen held. Dat ik zo goed heb gereden, is me veel minder waard dan eerst.”

Wat verandert een dag als vrijdag daar nog aan?
“Ik ben nu alleen teleurgesteld dat ik niet heb gewonnen. Want ik was echt goed.”

Was het niet al ongelooflijk dat je überhaupt in die kopgroep zat?
“Heel apart. De ene dag spring je de hele dag mee en lukt het niet. En nu… Het ging niet gemakkelijk, maar het ging. En dan vergeet je even alles, heb je dat ultieme gevoel van: ik voel mijn benen niet eens! Dan ben je gewoon aan het rijden om weg te raken. En dan ga je weer denken: áls ik win vandaag, dan ben ik echt een hero.”

Erik Dekker zei na afloop: ‘Michael is het voorbeeld van moraal en professionaliteit’. Zie jij dat ook zo of is het voor jou gewoon je werk?
“Ik voel wel dat het iets speciaals is om nu nog tot zoiets te komen. Dat ik in mijn kop zo sterk ben om het te proberen. Dat betekent dat de beslissing dat ik stop niet een beslissing is geweest, omdat ik volledig uitgerangeerd ben. Dat komt er voor mij ook nog eens bij, hè. Voor de Tour heb ik gezegd dat ik wilde dat mensen na de Tour zouden zeggen: ‘Jammer dat Boogerd stopt.’ Nou, ik denk dat ik dat heb bereikt. Maar ik vind het zelf ook goed dat ik niet mijn kop heb laten hangen.”

Ga je nog contact met Rasmussen opnemen?
“Ik denk wel dat ik dat nog een keer ga doen na de Tour.”

Hij was toch niet jouw allerbeste vriend?
“Ik heb nooit problemen met hem gehad. Absoluut niet. Het is niet zo dat ik een hekel aan hem heb, omdat ik heb gezegd dat hij verleden jaar smekend op mijn kamer kwam om te vragen of hij die bolletjestrui mocht winnen. Hij is gewoon een prof in hart en nieren, daar kan ik alleen maar respect voor hebben. Dat zeg ik heel eerlijk. Hij is geen vriend van me, maar dat is niet negatief bedoeld. Hij is een collega en ik kon heel goed met hem door één deur. Hij had een bepaalde humor die ik wel kon waarderen.”

En je hebt nu ook geen problemen met hem?
“Nee. Zolang wij niet alle ins en outs weten, is het ook moeilijk om een mening te vormen over iemand.”

Is dat ook niet het vreemde aan deze affaire? Dat alle feiten er nog niet zijn?
“Voor ons is het heel onduidelijk. En dat klinkt heel stom, mensen zullen ons waarschijnlijk ook niet geloven. Ze zullen denken: ze mógen niks zeggen. Maar menig journalist weet meer dan dat wij weten. En dat is niet altijd prettig. Want mij wordt naar mijn mening gevraagd. Ik zei ook woensdagavond dat het niet zo makkelijk is om door te gaan en op te stappen. Wij zijn degenen die, en dan vooral ik, in alle talen moeten reageren. Dan wil je graag, om nog een beetje geloofwaardig over te komen en je eigen respect te behouden, een mening vormen. En dat kan ik nog steeds niet.”

Is het wielrennen in het algemeen je deze Tour eigenlijk te veel geworden?
“Ik ben blij dat ik stop, ben blij als het 21 oktober is. Absoluut. Ik weet nu nog zekerder dat het een goede beslissing is om mijn carrière af te sluiten. Tuurlijk, ik zou nog een jaar door kunnen. Maar op deze manier kan ik dat écht niet. Met al die onzin er om heen. Voor mij is het goed dat ik stop.”


Terug naar nieuwspagina

© copyright Michael Boogerd Fan Club Internet - www.michaelboogerd.nl