|
![]() ![]() Interview februari 2005
"Ik ben met wielrennen begonnen toen ik 8 jaar oud was."
"Ik was 8 jaar oud en de wedstrijd was in Houten. Ik had een oud clubkampioenstruitje van mijn broer aan van 1974 en ik eindigde als zesde."
"Dan stop ik gewoon langs de weg of
soms in de koers dan doe ik het al fietsende. Alleen plassen dan hoor!"
"Ik klop het gelijk even af, maar tot nu toe heb ik gelukkig nog nooit wat gebroken en ik hoop het ook nooit mee te maken."
"Pfoeh, das is een lastige, ik fiets de laatste 15 jaar zo´n 50.000 km per jaar (= 750.000 km), de 9 jaren daarvoor zo´n 30.000 km (=270.000 km), dus ongeveer al zo'n 1.020.000 km."
"Ten eerste moet je gewoon veel plezier beleven aan fietsen. Daarnaast moet je heel hard trainen, veel discipline hebben, veel pijn kunnen lijden en natuurlijk een beetje talent. Ook is het soms belangrijk om je afzijdig te houden van bepaalde leuke dingen in het leven, maar dat hoeft niet altijd hoor!"
"In mijn profcarrière ben ik volgens mij zo´n 45 keer eerste geworden."
"Meestal gaan we een dag voor de
wedstrijd al naar de koers toe. In het hotel daar worden we dan gemasseerd, dan gaan we
gezamenlijk eten en na het eten volgt er meestal een bespreking met het team. Zelf eet ik
meestal een dag voordat ik naar de koers ga pannenkoeken of penne in vodkasaus, scheer ik
twee dagen voor de koers mijn benen en in mijn gedachten
rijd ik de wedstrijd al een paar keer. Mijn trainingen stem ik in principe niet speciaal
op één bepaalde wedstrijd af, dat is meestal voor vele wedstrijden gelijk. Soms wil ik
voor bepaalde wedstrijden als de Amstel Gold Race en Luik nog wel eens een trainingskamp
doen in Limburg."
"Na de wedstrijd douche ik eerst en word ik nogmaals gemasseerd. Meestal eten we dan met de ploeg samen en dan lekker naar huis naar vrouw en kind."
"Ik denk dat La Plagne wel mijn mooiste sportmoment was vanwege het heroïsche karakter van die overwinning, maar ik koester al mijn overwinningen wel."
"Tijdrijden is niet bepaald mijn specialiteit, alhoewel ik in het verleden toch een paar goede tijdritten heb gereden. Mijn beste tijdrit was in de Catalaanse Week van 1998, deze won ik, dat was een half om half tijdrit, een beetje vlak en een beetje bergop. Op zich is tijdrijden meestal ook niet echt leuk. De meeste tijdritten zijn lange rechte stukken ergens in niemandsland en als je zit af te zien, is dat niet de meest stimulerende omgeving die je je kunt bedenken."
"Mijn beste vriend in de wielersport, maar ook daarbuiten, is mijn ploeggenoot Steven de Jongh."
"Voorbeelden heb ik nooit echt gehad, maar ik vond de manier van koersen van Laurent Jalabert altijd erg mooi. Ik houd erg van renners die aan durven te vallen, zoals Bettini en Bartoli in zijn beste jaren. Voor een renner als Armstrong heb ik ook veel respect."
© copyright Michael Boogerd Fan Club Internet - www.michaelboogerd.nl
|